Algemeen Les 3: Het kaartspel bridge: Algemeen
Algemeen Les 3: Het kaartspel bridge
3.1: Algemeen
3.2: Het delen
3.3: Het Sorteren
3.4: Het tellen van de plaatjsepunten
3.5: Het Bieden
3.6: Het uitkomen
3.7: Dummy neerleggen
3.8: Het Speelplan
3.9: 13 slagen
3.10: De Score
Algemeen


De volgorde van de kaarten van hoog naar laag is: Aas, heer, vrouw, boer en de tien tot en met de 2. En als er een troefcontract geboden is zijn de troefkaarten (in dezelfde volgorde) hoger dan de andere kaarten. Er is dus geen boer nel combinatie als bij het klaverjassen.
In bridge moet je kleur bekennen en mag je introeven als je niet kan bekennen. Introeven en of overtroeven is niet verplicht. Ook ben je niet verplicht een slag te pakken. Als iemand een heer speelt hoeft je niet te pakken met het aas, sterker nog soms is dat juist de enige winnende optie om een slag niet gelijk te pakken.
Een spelletje bridge gaat als volgt
- De dealer geeft iedereen 13 kaarten.
- Er wordt geboden om te bepalen hoeveel slagen er gehaald moeten worden (het contract)
- Er volgen 13 slagen waarbij de leider moet proberen zijn contract te maken en de tegenstander proberen om dat te voorkomen.
- De score wordt genoteerd.
Alles meer in detail hieronder
LINKS
APIH
APIH Cafédrive
Studentenbridge
Jeugdbridge
NBB Jeugd
Als de kleinkinderen studeren
Bridgeschool Groningen